Haartransplantatie

Wat is een haartransplantatie? Voor wie is deze behandeling geschikt en voor wie juist niet? Met welke technieken kan een haartransplantatie worden uitgevoerd? Waarmee moet je vooraf rekening houden?

1. Inleiding

Haartransplantatie bij mannelijke kaalheid (alopecia androgenetica)

Veel mensen krijgen op volwassen leeftijd te maken met een dusdanige haaruitval dat kale plekken het gevolg zijn. Met name wanneer hormonen en erfelijke belasting een rol spelen bij de haaruitval, kan een haartransplantatie zorgen voor haaraanvulling. Bij een haartransplantatie worden haarwortels aan de achterzijde van het hoofd (kransje ofwel hoefijzervormige rand) verwijderd en boven op het hoofd teruggezet. De haren binnen deze rand zijn bij mannen ongevoelig voor het mannelijk hormoon dihydrotestosteron (DHT). Bij vrouwen is dit niet altijd het geval. DHT is bij de klassieke mannelijke kaalheid de veroorzaker van het haarverlies. Haarwortels die van de behaarde rand naar een kale plek op het hoofd van dezelfde persoon worden geplaatst, zullen nieuwe haren ontwikkelen.

Haartransplantatie lijkt voor velen wellicht een moderne, nieuwe techniek, maar toch werd in 1822 al een haartransplantatie toegepast door dr. Dieffenbach in Duitsland. Vanzelfsprekend is de techniek sindsdien steeds verder ontwikkeld. Momenteel worden door de diverse klinieken verschillende technieken gehanteerd. In sommige gevallen wordt een combinatie van deze technieken toegepast om een zo natuurlijk mogelijk resultaat te bereiken.

2. Wanneer kan een haartransplantatie worden toegepast?

Meestal wordt een haartransplantatie toegepast om de gevolgen van de klassieke mannelijke kaalheid (alopecia androgenetica) te camoufleren. Maar ook bij andere oorzaken van kaalheid kan het worden toegepast. Zo kunnen littekens worden behandeld die zijn ontstaan na een bestraling of na een trauma van de hoofdhuid (bijvoorbeeld een brandwond). Ook kunnen plaatsen worden behandeld waar nooit haar heeft gegroeid of waar het haar door bijvoorbeeld veelvuldige epilatie is gestopt met groeien (wenkbrauwen). Door de structuur van de verlittekende huid is het echter niet mogelijk in een behandeling de haardichtheid te bereiken zoals die bij een gezonde huid kan worden bereikt.

Haartransplantatie kan worden verricht bij alle gezonde personen, ongeacht leeftijd, geslacht of ras. Wel dient men in principe realistisch te zijn omtrent het resultaat. Men zal nooit een volle haardos als vroeger bereiken. Wanneer de dunbehaarde of kale plek, in verhouding tot het gebied waar de haarwortels vandaan moeten komen (donorgebied), te groot is, zal men een keuze moeten maken uit het te transplanteren gebied. Ook is een haartransplantatie te combineren met een haarprothese wanneer de kale plek te groot is. Het resultaat van de haartransplantatie moet er natuurlijk uitzien, ook wanneer de prothese niet wordt gedragen.

3. Wanneer is haartransplantatie niet aan te bevelen?

Niet iedereen komt in aanmerking voor een haartransplantatie.
In de volgende gevallen is een haartransplantatie niet aan te bevelen:

  • Wanneer men te dun haar of te weinig donorbeharing heeft.
  • Wanneer er sprake is van een huid- en/of haarziekte, zoals alopecia areata of alopecia cicatricialis, waarbij het litteken nog niet is gestabiliseerd.
  • Indien bij de persoon bekend is dat een lelijke verlittekening (keloid) bij de wondheling wordt ontwikkeld.
  • Indien bij mensen een te hoog verwachtingspatroon bestaat omtrent de toekomstige haardichtheid. Een haarprothese kan dan worden overwogen omdat een dichte haardos daarbij wel kan worden bereikt.
  • Wanneer men jonger is dan 25 jaar en het natuurlijke proces van haaruitval nog niet is gestabiliseerd. Vervolgbehandelingen zijn dan noodzakelijk of er wordt een keuze gemaakt om het haarverlies te stoppen met medicamenten.
  • Wanneer de haaruitval wordt veroorzaakt door medicijnen, ziekte of een andere medische oorzaak heeft, is het raadzaam eerst advies te vragen aan de behandelend arts.
  • Wanneer men een allergie heeft voor verdovingsvloeistoffen. Deze allergie moet worden gemeld voordat de haartransplantatie plaatsvindt.

Wanneer alleen de inhammen worden getransplanteerd, moet men er rekening mee houden dat de tussenliggende haardos in de toekomst ook dunner zal worden. Overleg vooraf of het mogelijk is deze haardos in een zo vroeg mogelijk stadium te behandelen zodat men nooit een onnatuurlijk uiterlijk krijgt. Wanneer bloedverdunners worden gebruikt, moet hiermee een aantal dagen voor de transplantatie worden gestopt. Contact hierover met de behandelend arts is sterk aan te bevelen. Ook de trombosedienst moet op de hoogte worden gesteld van het feit dat er een haartransplantatie gaat plaatsvinden.

4. Kunnen er na de transplantatie bijverschijnselen optreden?

Na de haartransplantatie zal de hoofdhuid jeuken en kan er korstvorming optreden. Alhoewel complicaties en bijverschijnselen zelden optreden, is het toch goed te vermelden welke kunnen optreden.

  • Ontstekingen. Tussen de tweede en derde maand na de behandeling kunnen ontstekinkjes ontstaan die eruit zien als puistjes. Deze puistjes moeten niet worden uitgeknepen, ze verdwijnen vanzelf.
  • Tijdelijke verkleuring van de hoofdhuid. Deze verkleuring kan bijvoorbeeld ontstaan door de hitte van de laser.
  • Atheroom cysten. Dit is een kleine zwelling die is gevuld met talg.
  • Kleine vaatafwijkingen. Deze kunnen blijvend zijn.
  • Verlittekeningen. Een litteken kan ontstaan aan de achterzijde van het hoofd waar de donorharen zijn verwijderd.
  • Oedeem. Een zwelling die na de derde dag ter hoogte van het voorhoofd kan optreden en meestal vijf dagen zichtbaar blijft. Daarna verdwijnt de zwelling.
  • Gevoelloosheid van de hoofdhuid. Dit is meestal binnen zes maanden weer verdwenen.
  • De wijze waarop de transplantatie wordt uitgevoerd is belangrijk. Wanneer de getransplanteerde haren te diep worden geplaatst, kunnen er putjes ontstaan. Dit vindt met name plaats bij de conventionele methoden.

5. Hoe vindt een haartransplantatie plaats?

Een haartransplantatie bestaat in feite uit zes fasen, te weten:

Hieronder gaan we nader in op elke fase en wordt uitgelegd wat er zal plaatsvinden.

A. Oriëntatie

De arts voert het informatie- en intakegesprek met de te behandelen persoon en verricht vooronderzoek naar de oorzaak en het verloop van het kalend proces. Hierbij heeft de arts een aantal mogelijke onderzoeken tot zijn beschikking zoals een huidbiopt en een haarwortelonderzoek eventueel aangevuld met een bloedonderzoek.

In sommige klinieken wordt soms een zogenaamde 'proeftransplantatie' uitgevoerd. Dit lijkt een goede service, maar hoeft het niet altijd te zijn. Wanneer de getransplanteerde haren zomaar ergens in het midden van de schedel worden geplaatst, zijn vervolgbehandelingen vanzelf noodzakelijk. In dat geval is een proeftransplantatie meer een agressieve vorm van klantenbinding.
Zeker wanneer men bedenkt dat bij een correct uitgevoerde transplantatie de haren vrijwel altijd 'aanslaan'.
Indien een proeftransplantatie gewenst is, moeten de te transplanteren haren op een natuurlijke plaats worden getransplanteerd zodat men een echte keuze overhoudt of men tot de behandeling wil overgaan.

B. Het verwijderen van donorhaar

Het verwijderen van donorhaar vond vroeger plaats door middel van huidpunches, het maken van een boorgaatje in de huid. Het nadeel van de punches is dat er een grote kans is op beschadiging van de donorharen omdat relatief veel snijvlak aanwezig is. Tegenwoordig wordt veelal een huidstrip verwijderd. Het litteken geneest met de huidstripmethode meestal mooier dan met de punchmethode omdat de raakvlakken beter op elkaar aansluiten. Daarna wordt de huid gehecht door middel van hechtnietjes of hechtdraad.

C. Het versnijden van de huid met de donorharen in kleinere 'grafts'.

Bij de derde fase worden de donorstrips eerst vrijgemaakt van eventueel aanwezige bloedresten en van halve haren omdat deze toch niet kunnen gaan groeien en later kunnen ontsteken. Vervolgens worden uit de strips afzonderlijke haren of kleine 'grafts' gesneden. Het resultaat is belangrijk omdat hiervan afhangt of er uit een 'graft' een, twee of meerdere haren groeien. Hoe lager het aantal haren dat zich in een 'graft' bevindt, hoe mooier en natuurlijker het uiteindelijke resultaat. Het is namelijk niet natuurlijk dat er uit een gaatje vijf of soms zelfs twintig haren groeien. Men krijgt dan het zogenaamde 'barbie-pop'- of 'graspollen'-effect.

Alle 'grafts' worden tijdens het snijden van de donorstrip gesorteerd, geordend en geteld. Wanneer bekend is hoeveel gaatjes er dienen te worden gemaakt, kan de plaats waar de haren moeten komen (receptorgebied) worden verdoofd. Dit is een lokale verdoving waarbij gebruik kan worden gemaakt van lidocaine eventueel met adrenaline.

D. Het preparen van het receptorgebied

Het voorbereiden en in orde maken van de huid waarop de haren worden overgezet, kan op verschillende manieren worden gedaan.

Punch-graftmethode
De oudste techniek is de punch-graft methode. Hierbij worden er in de huid gaatjes geboord door middel van punches met een doorsnede van vier tot zes millimeter. Dit geeft een zeer onnatuurlijk effect, omdat de haren met bosjes uit de hoofdhuid groeien (barbiepop-effect). Tegenwoordig zijn de gaatjes niet meer van deze grootte, maar afhankelijk van de toegepaste methode tussen de 0,4 tot 1,2 millimeter, waarbij de grafts slechts een tot drie haren bevatten. Hierdoor ontstaat er een veel natuurlijker effect.

Slit-graftmethode
Een andere techniek om de gaatjes te maken is de zogenaamde 'slit-graft'-methode. Hierbij worden in de huid kleine sneetjes gemaakt met een mesje.
Een nadeel van deze techniek is dat er geen kale huid wordt verwijderd, waardoor het onmogelijk is om een dichte beharing te krijgen. Daarnaast bestaat een grotere kans dat de huid niet egaal geneest. Vergelijk het met een grasveld waarop bomen geplant worden. Wanneer men voor het plaatsen van de bomen slechts gleuven maakt, kan het aangrenzende gras nergens heen, waardoor het gaat hobbelen. Wil men vervolgens weer extra bomen plaatsen en maakt men wederom alleen gleuven dan kan men onmogelijk een dicht bos krijgen. Maakt men echter kleine gaatjes in plaats van gleuven, dan kan het gras er netjes omheen groeien en krijgt men een mooi dicht bos met een egaal grasveldje.

Lasertechniek
Een andere methode om gaatjes te maken is de lasertechniek. De laserstraal verdampt het vocht dat in de huid aanwezig is. Hierdoor ontstaat een gaatje, waarin het haarworteltje wordt geplaatst. Tegenwoordig zijn er goede lasers beschikbaar die in combinatie met een juist gebruik en ervaren artsen, nauwelijks of geen nadelen hebben. Er zijn echter nog klinieken die gebruik maken van verouderde lasers. Deze hebben als nadeel dat er meer korstvorming optreedt en de wondheling langer duurt dan bij de conventionele methoden. Omdat de wondheling bij deze verouderde lasers wordt belemmerd (de kleine vaatjes die noodzakelijk zijn voor de grafts worden dichtgeschroeid) zullen er minder haren aanslaan. Tevens kan bij de onnauwkeurige, verouderde lasers (omdat men met temperatuursverschillen werkt) de omringende huid naast het gaatje worden beschadigd waardoor er daar geen haren meer kunnen groeien.
Het is om deze redenen van groot belang dat men vraagt naar ervaringen van getransplanteerde personen en resultaten van klinieken.

Meestal krijgt men de mooiste en natuurlijkste resultaten wanneer men gaatjes maakt voor de grafts die een tot drie haren bevatten.
Bij alle technieken moet men er rekening mee houden dat een graft een zogenaamde "helingsgebied" nodig heeft. Plaatst men de grafts te dicht bij elkaar (minder dan circa 1,5 keer de diameter) dan is de kans groot dat veel haren niet aanslaan en de huid littekens vertoont.

E. Het terugplaatsen (implanteren) van de grafts

Bij het terugplaatsen (implanteren) van de grafts is de hoogte van de grafts ten opzichte van de omringende huid erg belangrijk. Tenslotte moet de huid mooi en egaal blijven.
Wanneer de haartransplantatie is verricht, wordt (bij de conventionele methoden) het donor- en receptorgebied bedekt met verband. Dit is bij een laserbehandeling niet nodig. Na de behandeling wordt de hoofdhuid voorzichtig gewassen. De haren zullen twee weken na de behandeling tijdelijk uitvallen.

F. Nazorg

Twee weken na de behandeling worden de hechtingen aan de achterzijde van het hoofd verwijderd en vindt tegelijkertijd een algemene na controle plaats. Na twee tot vier maanden groeien er nieuwe haren. Dit zijn in eerste instantie donsachtige haren. Het eindresultaat is pas goed zichtbaar na ongeveer een jaar.

6. Waarmee moet je vooraf rekening houden?

Zoals vermeld, is niet elke vorm van kaalheid succesvol te behandelen met een haartransplantatie. Voordat tot een transplantatie wordt overgegaan, zal dan ook altijd eerst moeten worden onderzocht wat de oorzaak van de haaruitval is.

Haartransplantatie is een goede methode om meer beharing te krijgen op plaatsen waar de huid dun behaard of kaal is. Nadeel is echter dat men nooit de volle haardos van vroeger kan krijgen. Wanneer het donorgebied te beperkt is, kan vaak slechts de voorzijde van de schedel worden behandeld.

Als men een haartransplantatie laat verrichten, moet men rekening houden met het model van het te transplanteren gebied, omdat de haren die worden overgezet in principe het hele leven blijven groeien. Het model moet er dus niet alleen nu goed uitzien, maar moet ook over 10, 20 of 70 jaar nog steeds natuurlijk staan.

7. Kosten

Haartransplantatie is een vorm van een haaraanvullende behandeling die een behoorlijke investering vergt, maar geen onderhoudskosten met zich meebrengt. De kosten van een behandeling zijn afhankelijk van het aantal haren dat moet worden getransplanteerd. En aangezien de meeste mensen om cosmetische redenen een transplantatie ondergaan, zullen sommige (ziektekosten-) verzekeraars de behandeling niet vergoeden, anderen vergoeden de behandeling weer wel geheel of gedeeltelijk. Raadpleeg hierover de polisvoorwaarden.

Wist je dat ....?

Het transplanteren van kunstharen wordt niet meer toegepast. Het lichaamsvreemd materiaal kan uitvallen en ontstekingen veroorzaken. Hieruit kunnen dan weer littekens ontstaan.
Omdat de haren aan de achterkant van het hoofd niet gevoelig zijn voor het mannelijk hormoon DHT wordt wel gezegd dat ze behoren tot de lichaamsharen en niet tot het hoofdhaar.

Een haartransplantatie kan zowel bij mannen als bij vrouwen worden uitgevoerd. Aangezien vrouwen vaak een te hoge verwachting hebben van de te bereiken haardichtheid, zijn mannen na afloop in het algemeen meer tevreden.
De haren aan de achterkant van het hoofd zijn meestal wat donkerder dan de haren aan de voorkant of bovenop het hoofd. Na een transplantatie is de haardos dus meestal een tint donkerder geworden. Wanneer de haren na een transplantatie weer gewoon groeien, kunnen ook weer alle kappersbehandelingen worden toegepast zoals verven, föhnen, krullen, etc. Uit ervaring is gebleken dat het aantal haren dat zal aanslaan na een transplantatie bij rokers minder is dan bij niet-rokers.