Haar en haarverzorging begrippen lijst: B

  1. A
  2. B
  3. C
  4. D
  5. E
  6. F
  7. G
  8. H
  9. I
  10. K
  11. L
  12. M
  13. N
  14. O
  15. P
  16. Q
  17. R
  18. S
  19. T
  20. U
  21. V
  22. W
  23. X
  24. Z
Haar en haarverzorging verklarende woordenlijst - B.

Verklarende woordenlijst

 

  • bacterie

    Eéncellig micro-organisme; sommige zijn ziekteverwekkers, maar de meeste bacteriën zorgen voor een gezonde huidflora. Ook zijn bacteriën belangrijk voor het zelfreinigend vermogen van het milieu.

  • bandhaar

    Sterk ovaal haar.

  • basaalcellenlaag

    Medische term: ‘stratum basale’. Onderste, levende laag van de opperhuid, waarin nieuwe cellen worden gevormd (door celdeling).

  • basische vloeistof

    Vloeistof met een pH-waarde (zuurgraad) variërend vanaf 7 tot en met 14.

  • beschadigd haar

    Haar, dat niet meer de normale eigenschappen van haar bezit zoals glans, veerkracht, kleur of structuur. Dit kan worden veroorzaakt door zowel uitwendige factoren (voorbeelden: permanenten en verven) als inwendige factoren (voorbeeld: medicijnen). Zie ook: bubble haar, dof haar, futloos haar, poreus haar, slap haar.

  • bind- en steunweefsel

    Weefsel dat alle hoekjes en gaatjes van ons lichaam opvult en alle organen omhult. Steunweefsel geeft het lichaam of orgaan stevigheid en bescherming.

  • binnenste haarwortelschede

    Deel van de inwendige bekleding van de haarfollikel.

  • biopsie

    Het verwijderen van een stukje weefsel voor microscopisch onderzoek.

  • biopt

    Weefselstukje dat voor biopsie is verwijderd.

  • blondeerwassing

    Oxidatiemiddel om een natuur- of kunstkleur lichter te maken. Ook wel blonderen genoemd.

  • blonderen

    De natuurkleur of kunstmatige kleur uit het haar halen met behulp van een blondeerproduct.

  • blowen

    Het haar losjes droogföhnen met een blaasföhn en je handen zodat het haar de natuurlijke valling houdt.

  • bomberen

    Het maken van volume in het haar.

  • borstelbeslag

    Haren of “stekels” van de borstel.

  • borstellichaam

    Kop en steel/handvat van de borstel.

  • bouclé

    Omvorming van het haar waarbij je het haar rond de vinger draait en met een clip vastzet.

  • boucleren

    Omvormingstechniek. Met de vingers worden krullen gevormd die met een clip worden vastgezet.

  • brug (waterstof-)

    Verbinding tussen waterstof en zuurstof. In het haar onder andere een verbinding tussen peptidespiralen in de vezellaag van het haar.

  • brug (zout-)

    Zwakke electrostatische verbinding. In het haar onder andere een verbinding tussen peptidespiralen in de vezellaag van het haar.

  • brug (zwavel-)

    Chemische zwavelverbinding. In het haar onder andere een verbinding tussen de zwavelatomen van de peptidespiralen in de vezellaag.

  • bufferstof

    Stof die zorgt voor een gelijkmatig verloop van het chemische proces. Het zorgt er tevens voor dat een vloeistof qua zuurgraad (nagenoeg) stabiel blijft, zowel in de verpakking als tijdens de posetijd. Zoals ammoniumverbindingen.

  • buitenste haarwortelschede

    Deel van de haarfollikel in het inwendige deel van het haar.

  • bulge area

    Deel van de buitenste haarwortelschede ter hoogte van de talgklier in het inwendige haar aanwezig, deel van haarfollikel.